Velen kennen mij voor mijn harde uitspraken, het uiteenrafelen van situaties, acties of verhalen in enkele koude opbouwende elementen. Een talent dat ik van geen vreemden heb!
Mijn mening is nu eenmaal dat sommige, niet te zeggen de meeste, thema’s beoordeeld en besproken moeten worden vanop een bepaalde afstand. Emoties zijn uiteraard belangrijk, maar ze mogen ons zelden sturen. Emoties zijn namelijk niet slim, vooruitziend of efficiënt.
Wat heeft dit op onze blog te zoeken vraagt u zich af? Wel? Uiteraard heb ik zo een mening ook over onze reis.
Al enkele dagen heb ik een raar gevoel in mijn maag, geen tourista, krampen of iets dergelijks, nog niet. Terwijl we een berg beklimmen in Antsirabe, op zoek naar een kratermeer, voorkomt het geluid van de 250 lege flesjes in onze koffer niet dat ik me daar een conclusie over vorm.(De flesjes waren voor het schooltje in Ibity, het had waarschijnlijk redelijk slim geweest ze eerst af te laden…De Malagash kunnen hun pret niet op als ze ons horen aankomen.)
Het gevoel in mijn maag zou wel eens schuld kunnen zijn, een schuldgevoel dat voorkomt uit enkele pertinente vragen. Bijvoorbeeld:
Vraag :
Folteren wij deze hardwerkende mensen niet met onze welstand wanneer we traag voorbij een rijstveld rijden om foto’s te nemen? Een klik, een flits, een kort oogcontact tussen 2 zeer verschillende culturen…en wij zijn weg, maar zij niet.
Uiteenzetting:
Hebben wij hier überhaupt iets te zoeken? Uiteraard troosten we onszelf met de uitleg dat we, door hier informatie te verzamelen, de onwetendheid in eigen land over de situatie hier bestrijden.
Maar is dit wel in verhouding?
We vertellen onszelf dat ze niet weten hoe goed wij het hebben. Dat ze er bijgevolg ook niet triestig bij stilstaan dat zij morgen weer in het veld zullen staan, kniediep in de modder. Terwijl onze gekoelde jeep zachtjes verder bolt richting het vliegtuig dat ons snel terugbrengt naar onze leren zetels, fast-food en flatscreens met surround-sound…
Is dit geen hand dat we voor onze ogen houden? Ook in Afrika heeft men Internet, TV en kranten. Ook in de armste dorpen slaagt men er soms in 1 of 2 jongeren naar betere oorden te sturen om te studeren, die jaren later terugkomen en natuurlijk de verhalen niet voor zich houden.
Zou het niet kunnen dat met de waanzinnige hoeveelheid rommel dat onze maatschappij elke dag uitspuwt op boten richting arme landen, dat er af en toe een foto, een reclameboekje, een glossy of fashion magazine in hun verweerde handen terechtkomt?
De waarheid is dat velen onder hen het verschil waarschijnlijk al te goed inzien. Dat is echter een loodzware zaak om te beseffen, die elk snel oogcontact met de mensen een andere betekenis geeft, een ander achtergrondgeluid.
Als gevolg van dit buikgevoel (dat ik vermoedelijk deel met allen die ooit een reizigersvoet in een land als dit zette ) zou ik met mijn harde woorden zelfs durven beweren dat we bewust of onbewust onze schuld afkopen. Door prullaria te kopen en hen op verschillende manieren te steunen, al is het natuurlijk tegelijkertijd nobel en jammer genoeg hoogst uitzonderlijk.
Keerzijde:
Om onszelf en andere reizigers te verdedigen heb ik echter eveneens argumenten. De vele kanten van de medaille (Jawel, er zijn er meer dan 2, niets is zwart-wit ) dragen bij aan de complexiteit van dit vraagstuk.
1) Zonder het inkomen afkomstig van toeristen zou er voor de armere mensen in Mada, Afrika of de wereld een volledige inkomenstak wegvallen. Zonder twijfel heeft het verkopen van semi-edelstenen en speelgoed gemaakt van afval al heel wat mensenlevens gered of toch tenminste verlengd. Dit is ontegensprekelijk een goede zaak maar in de context van deze vragen kan men stellen : “leven, maar hoe?”
Een prachtig voorbeeld van een kort door de bocht, realistische stelling.
2) Verder heeft het uitwisselen van cultuur, kennis en verhalen via reizigers door de eeuwen heen (ook) veel vooruitgang en verbetering gebracht. Ook bij ons. Voor dat specerijen werden ingevoerd was ons eten “niet te vreten”, o.a. omdat het gepekeld werd en verschrikkelijk zout was. Niet moeilijk dat dit kostbaarder was dan goud.
Zonder de fijne textielen en de know-how om deze te bewerken uit het Oosten zouden we ons nog misschien nog steeds in jutten zakken kleden. Zonder de kennis van irrigatiesystemen zouden de Malagash nog steeds op minieme schaal rijst verbouwen, stukje bij beetje.
Slotstuk:
Met deze omweg kom ik weer bij de kern van dit artikel, deze gedachte: Doen we niet meer kwaad dan goed door hier te komen?
Wanneer vreemdelingen naar ons land komen zullen “kwatongen” snel beweren dat ze hier komen profiteren van ons geld, ons werk en onze vooruitgang. Ik ben bang dat het omgekeerde ook waar is en dat de “kwatongen” op de andere kant van de planeet de zaak omdraaien: die vreemdelingen komen hier hoog van de toren blazen, ons “vereren” met hun gezelschap en medelijden en lachen met de achterstand.
Willen ze wel medelijden of verkopen ze een stuk eer & ziel wanneer ze ons geld aannemen in de hoop die dag te eten?
De vragen zullen deze reis niet beantwoord worden en ik kan ook geen alternatief bieden, maar het opschrijven geeft weer wat denkruimte.
Volgende keer weer een vrolijkere noot!
Hans
Waarschuwing! Met 3 mensen die hun (eigenlijk onbeschrijfelijke) ervaringen op 1 blog proberen proppen, terwijl we dikwijls geen tijd hebben om te schrijven en in een land waar een internetverbinding een zeldzaamheid is kan dit moeilijk chronologisch verlopen. We zullen proberen onze naam en de datum waar het over gaat er steeds bij te vermelden, hopelijk geraakt u er zo wijs uit en kan u delen in ons avontuur! Marc, Tom & Hans
Geen opmerkingen:
Een reactie posten